CBS herijkt risico-indicator onderwijsachterstanden basisonderwijs

18 juni 2026

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde op 11 juni 2026 het rapport van het onderzoek naar de herijking van de risico-indicator onderwijsachterstanden basisonderwijs. Het rapport geeft inzicht in de veranderingen die worden doorgevoerd in het bepalen van de indicator voor scholen in het basisonderwijs. De herijking, in opdracht van het ministerie van OCW, heeft tot doel de risico-indicator op onderwijsachterstanden actueel te houden en verder te verbeteren.

Al jarenlang staat het bevorderen van gelijke kansen hoog op de agenda van beleidsmakers, politici en wetenschappers, waarmee dit een belangrijk en relevant thema is in het publieke debat in Nederland. Het uitgangspunt is daarbij veelal dat het voor je ontwikkeling niet mag uitmaken waar je bent geboren, in welk gezin je opgroeit of wie je ouders zijn. Sinds de jaren zeventig voert het ministerie van OCW beleid om de onderwijskansen van kinderen afkomstig uit achterstands- en kwetsbare milieus te bevorderen.

Ter ondersteuning van dit beleid gebruikt OCW sinds 2018 de risico-indicator onderwijsachterstanden die door het CBS in opdracht van OCW is ontwikkeld. Om deze risico-indicator actueel te houden, heeft OCW te kennen gegeven de indicator regelmatig te willen evalueren. Hierdoor kunnen nieuwe ontwikkelingen mee worden genomen in de indicator.

Met de herijking van de risico-indicator onderwijsachterstanden basisonderwijs ontvangen meer scholen en gemeenten in 2027 extra bekostiging om onderwijsachterstanden te bestrijden dan op dit moment het geval is. De beschikbare bekostiging wordt gelijkmatiger over de sector verdeeld.

In de nieuwste herijking en een eerder rapport (CBS, 2024b) staat beschreven hoe het CBS tot een nieuwe aanpak voor de risico-indicator onderwijsachterstanden is gekomen. Daarbij zijn alle aspecten van de indicator opnieuw bekeken: de gebruikte achtergrondkenmerken, de wijze van modelontwikkeling en de omgang met ontbrekende waarden.

Verder wordt stilgestaan bij de wijze waarop je onderwijsachterstanden kunt definiëren en de consequenties daarvan voor het schatten van de invloed van achtergrondkenmerken in relatie tot leerprestaties en de potentie van het kind. Ook is gekeken naar relevante achtergrondkenmerken vanuit drie verschillende omgevingen: de gezinsomgeving, de schoolomgeving en de fysieke omgeving van de buurt of wijk waar een kind opgroeit. Tot slot wordt beschreven welke data zijn gebruikt voor de modelontwikkeling en welke keuzes daarin zijn gemaakt.

In het uiteindelijke model worden de volgende achtergrondkenmerken gebruikt om het risico op onderwijsachterstand te schatten: het hoogst behaalde opleidingsniveau van beide ouders, het vermogen van het huishouden, de aanwezigheid van problematische schulden, herkomst, de ouderlijke structuur, de verblijfsduur van de moeder in Nederland, of de ouders verdacht zijn van een misdrijf en de sociaaleconomische status van de schoolpopulatie.