De internetconsultatie van het wetsvoorstel bevordering bestuurlijke kwaliteit en integriteit in het funderend onderwijs heeft geleid tot een reeks kritische reacties uit de sector. Bestuurders, toezichthouders en onderwijsorganisaties onderschrijven het belang van goed bestuur en toezicht, maar plaatsen duidelijke kanttekeningen bij de noodzaak, meerwaarde en uitwerking van het voorstel. De consultatie staat nog één week open.
Breed beeld: weinig meerwaarde, veel vragen
In veel reacties komt eenzelfde lijn naar voren: het wetsvoorstel voegt volgens respondenten weinig toe aan bestaande wetgeving, toezichtkaders en sectorale afspraken. Daarbij wordt gewezen op de al aanzienlijke regeldruk in het onderwijs. Uit aangehaalde analyses blijkt dat het aantal wettelijke voorschriften de afgelopen jaren sterk is toegenomen, zonder dat dit aantoonbaar heeft bijgedragen aan verbetering van de onderwijskwaliteit.
Daarnaast worden vraagtekens gezet bij de onderbouwing van het wetsvoorstel. Volgens de indieners ontbreekt een duidelijke beleidstheorie die inzichtelijk maakt hoe de voorgestelde maatregelen zouden gaan bijdragen aan het oplossen van de geschetste problemen. Daarnaast wordt betwijfeld of de genoemde problemen – zoals tekortschietende kwaliteitszorg of incidentele integriteitskwesties – zich überhaupt lenen voor een oplossing via aanvullende wetgeving.
Zorgen over effecten in de praktijk
Naast kritiek op nut en noodzaak, uit de sector zorgen over de mogelijke gevolgen van het wetsvoorstel. Veelgenoemde risico’s zijn:
meer risicomijdend gedrag bij bestuurders en toezichthouders
beperking van professionele ruimte en innovatie
toename van juridisering en onduidelijkheid
Ook specifieke onderdelen roepen vragen op. Zo wordt de voorgestelde VOB als disproportioneel beschouwd en ontbreekt volgens sommigen een heldere definitie van kernbegrippen zoals kwaliteitszorg.
Sector wijst op eigen stappen
Ook benadrukken veel indieners dat de sector zelf de afgelopen jaren belangrijke stappen heeft gezet in de professionalisering van bestuur en toezicht. Daarbij wordt onder meer gewezen op aangescherpte governancecodes en de invoering van accreditatie voor bestuurders. De oproep is om deze ontwikkelingen eerst de ruimte te geven om hun effect te bewijzen, in plaats van aanvullende regelgeving te introduceren.
Druk op de rol van intern toezicht
Een ander belangrijk punt betreft de positie van de Raad van Toezicht. Diverse reacties benadrukken dat het wetsvoorstel ingrijpt in de werkgeversrol van het intern toezicht. Volgens de reacties beschikken raden van toezicht, samen met inspectie en ministerie, al over voldoende instrumenten om in te grijpen bij disfunctioneren. Ook VTO3 heeft inmiddels een reactie ingediend op het wetsvoorstel. VTO3 pleit o.a. voor een nadere concretisering van open normen, een duidelijke rolafbakening binnen het bevoegd gezag en expliciete waarborgen voor de autonomie van het intern toezicht in zijn werkgeversrol.
Laatste kans om te reageren
De consultatie staat nog één week open. Voor betrokkenen in bestuur en toezicht is dit het moment om hun stem te laten horen en invloed uit te oefenen op de verdere uitwerking van het wetsvoorstel.