Het ministerie van OCW heeft eind februari 2026 een aantal rapporten naar de Tweede Kamer gestuurd over het stichten van nieuwe scholen, waaronder een evaluatie van de ‘Wet meer ruimte voor nieuwe scholen’.
Zo ligt er een rapport van de onderzoeksbureaus Oberon, Kohnstamm Instituut en KBA Nijmegen, die sinds 2021 de implementatie van de nieuwe stichtingsprocedure voor scholen in het funderend onderwijs volgen. De eerste scholen onder de nieuwe stichtingsprocedure openden hun deuren in augustus 2023. Een aantal conclusies uit de evaluatie:
Ruim een op de tien initiatiefnemers voor nieuwe scholen die een aanvraag indienen, ontvangt een afwijzing op basis van een negatief advies van de onderwijsinspectie aan de minister naar aanleiding van de kwaliteitstoets.
Kwaliteitsonderzoeken in het eerste schooljaar van wel toegelaten scholen laten een overwegend positief beeld zien: 6 van de 7 nieuwe vo-scholen in 2023 en 2024 kregen een voldoende.
Het tijdig organiseren van huisvesting voor nieuwe scholen blijkt zeer complex. Voor gemeenten leidt de nieuwe procedure vaak tot knelpunten bij de uitvoering van het integraal huisvestingsplan.
Sommige schoolbesturen in de omgeving van nieuwe scholen maken zich zorgen over continuïteit, vanwege het risico dat bestaande scholen moeten sluiten als gevolg van veranderende leerlingstromen door de komst van nieuwe scholen.
Verder is er een duidelijke ruimtelijke concentratie op plekken waar het leerlingenpotentieel het grootst is: vo-initiatiefnemers richten zich voornamelijk op (zeer) sterk stedelijke gebieden, met name de Randstad.
Tegelijk heeft SEO Economisch Onderzoek onderzocht of de startbekostiging, bedoeld voor de opening van een nieuwe school, toereikend is om aanloopkosten te dekken. Dit is niet het geval. Volgens de onderzoekers zijn de kosten hoger dan de startbekostiging die scholen krijgen.
Vooral scholen die niet vanuit een bestaand bestuur worden opgericht, ervaren dat de startbekostiging niet toereikend is. Deze besturen kunnen minder terugvallen op bestaande voorzieningen (zoals stafbureau, systemen of expertise) en maken daardoor extra kosten en steken veel meer onbetaalde uren in de oprichting. Een belangrijk knelpunt is bovendien de timing: de startbekostiging wordt pas twee maanden voor opening uitgekeerd, terwijl veel kosten al eerder (moeten) worden gemaakt.