De Inspectie van het Onderwijs maakt zich zorgen over de onderwijskwaliteit en de kansengelijkheid in het mbo. De toenemende vraag van studenten om hulp bij persoonlijke problemen is daarvan een belangrijke oorzaak. Docenten voelen zich erg betrokken maar ook regelmatig overvraagd. Hierdoor ervaren zij een toenemende werkdruk. Ook gaat elke mbo-instelling anders om met de vraag om hulp en hebben gemeenten hun eigen regels en aanpak in de (jeugd)zorg. Dit veroorzaakt kansenongelijkheid.
De inspectie publiceert het rapport ‘Bezorgd en betrokken’, over de zorgen over kansengelijkheid en onderwijskwaliteit door de toename van hulpvragen in het mbo. Daarin pleit ze ervoor om externe zorg en ondersteuning in de mbo-instellingen beschikbaar te maken, zonder dat dit meer werk oplevert voor het onderwijs. Zo is de hulp voor de student laagdrempelig beschikbaar op een plek die vertrouwd voelt.
Ook zou er een regionaal of landelijk basisaanbod aan ondersteuning voor studenten moeten zijn. Dat bevordert de kansengelijkheid. Een standaard aanpak voor de samenwerking van gemeenten met mbo’s kan de regeldruk voor de mbo’s verlichten.
Lerarenopleidingen kunnen de basis leggen om aankomende docenten te leren passend en inclusief onderwijs te bieden. De inspectie roept lerarenopleidingen op om daar meer aandacht aan te besteden.
Het is ook belangrijk dat docenten signalen herkennen van een student die hulp nodig heeft. Tijdens de opleiding moeten aankomende docenten daarvan de basiskennis meekrijgen. En ze moeten weten welke in- en externe hulp zij op welk moment kunnen inschakelen. Dan kunnen zij passende ondersteuning voor de student organiseren. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het verder professionaliseren van hun docenten.