Kabinet: nieuwe regels voor stichting, instandhouding en opheffing scholen

16 juli 2026

Staatsecretaris Tielen heeft de Tweede Kamer met de brief ‘herziening regels stichten, instandhouding en opheffen scholen’ geïnformeerd over voorgenomen wijzigingen. Ook kondigt zij wijzigingen aan voor dislocaties. De voorstellen moeten volgens het kabinet bijdragen aan een toekomstbestendig scholenaanbod en de druk op personeel en onderwijshuisvesting verminderen.

De evaluatie van de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS) laat zien dat de komst van nieuwe scholen gemeenten voor uitdagingen kan stellen bij onderwijshuisvesting. De staatssecretaris herkent die knelpunten. Maar een grotere regierol voor gemeenten bij de komst van nieuwe scholen komt er volgens de staatssecretaris niet. Grondwettelijk mogen nieuwe scholen altijd, met enige voorwaarden, in aanmerking komen om te worden gesticht.

Wel werkt Tielen aan een wetsvoorstel waarmee gemeenten meer tijd krijgen om passende onderwijshuisvesting te realiseren. Ook wil zij het verplichte gesprek tussen initiatiefnemers, gemeenten, schoolbesturen en het samenwerkingsverband passend onderwijs voorafgaand aan de stichting van een nieuwe school meer gewicht geven. Daarnaast is de staatssecretaris van plan de startbekostiging voor nieuwe scholen eerder in het jaar uit te keren.

Ook de regels voor het instandhouden en opheffen van basisscholen worden aangepast. Staatssecretaris Tielen wil een nieuwe uitzonderingsgrond invoeren op basis van afstand. Meer dan drie kilometer afstand tussen een te kleine school en de dichtstbijzijnde andere school betekent géén sluiting. Daarnaast wil zij een uitzonderingsgrond invoeren voor de laatste school van een denominatieve richting ‘binnen een nog vast te stellen afstand’. Die school kan dan bekostigd blijven, ook als het leerlingenaantal onder de gemeentelijke opheffingsnorm ligt.

De staatssecretaris moedigt schoolbesturen aan om, waar dat aan de orde is, de mogelijkheden voor fusies van kleine scholen te onderzoeken. Tegelijkertijd erkent zij de zorgen die onder meer openbare schoolbesturen hebben geuit over de toegankelijkheid van het openbaar onderwijs. Aanvullende bepalingen blijven bestaan waardoor de laatste openbare school in een gebied langer bekostigd kan blijven.