Het kabinet heeft de hoofdlijnen bekendgemaakt van een nieuw bekostigingsstelsel voor het middelbaar beroepsonderwijs. Met de voorgestelde wijzigingen wil het kabinet het mbo minder afhankelijk maken van studentenaantallen en de samenwerking tussen instellingen versterken. Doel is om ook in regio's met dalende studentenaantallen kwalitatief goed en toegankelijk mbo-onderwijs te behouden.
De nieuwe bekostiging bestaat uit een vaste basisbijdrage voor iedere mbo-instelling, aangevuld met gerichte investeringen voor instellingen in krimpregio's. Daarnaast reserveert het kabinet € 200 miljoen voor regionale samenwerking. Instellingen kunnen hiervoor in aanmerking komen als zij gezamenlijk plannen ontwikkelen die bijdragen aan een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en aan het verminderen van onderlinge concurrentie.
Ook kondigt het kabinet aan dat leermiddelen voor minderjarige mbo-studenten vanaf 2029 gratis worden. Daarmee wil het financiële drempels voor studenten verlagen.
Herverdeling van bestaande middelen
De herziening van de bekostiging vindt grotendeels plaats binnen de bestaande financiële middelen. Daardoor krijgen sommige instellingen meer bekostiging en andere juist minder. Om grote financiële schokken te voorkomen wordt de herverdeling geleidelijk ingevoerd. Per instelling kan het negatieve herverdeeleffect maximaal 4% bedragen. Het nieuwe bekostigingsstelsel moet vanaf 2029 ingaan. Het wetsvoorstel gaat volgende week in internetconsultatie.
Aandacht voor intern toezicht
De voorgestelde bekostigingsherziening vraagt ook aandacht van raden van toezicht. De wijzigingen raken de strategische keuzes van mbo-instellingen, onder meer op het gebied van regionale samenwerking, het opleidingsaanbod en de aansluiting op de arbeidsmarkt. Van raden van toezicht vraagt dit dat zij de gevolgen voor de continuïteit, financiële positie en maatschappelijke opdracht van de instelling nadrukkelijk blijven betrekken bij hun toezicht.
De aangekondigde maatregelen sluiten aan bij de ontwikkelingen die eerder centraal stonden tijdens de bijeenkomst van VTO3 over de toekomst van de mbo-bekostiging. Daarbij werd ingegaan op de impact van demografische krimp, de veranderende bekostiging en de toenemende betekenis van regionale samenwerking. Met de nu gepresenteerde plannen zet het kabinet een volgende stap in de verdere uitwerking van deze ontwikkelingen.