De Monitor Aanvullend Onderwijs 2024/2025 brengt het aanbod en gebruik van aanvullend onderwijs in het primair (po) en voortgezet onderwijs (vo) in kaart. Het gaat om onderwijsondersteuning buiten de reguliere onderwijstijd, georganiseerd door scholen, externe aanbieders of bekenden, betaald of onbetaald.
Aanbod: vooral in het vo, lichte verschuivingen
Aanvullend onderwijs wordt met name in het vo aangeboden. In het po biedt 29 procent van de scholen aanvullend onderwijs aan op de eigen locatie; in het vo is dat 72 procent. Ten opzichte van 2022/2023 is het aandeel in het po licht gestegen, terwijl het in het vo is gedaald.
In het po gaat het vooral om bijles en extra ondersteuning bij specifieke onderwijsbehoeften. In het vo komen met name ondersteuning bij onderwijsbehoeften, huiswerkbegeleiding en examentraining veel voor. Deelnamepercentages blijven volgens scholen meestal beperkt tot minder dan tien procent van de leerlingen, met uitzondering van examentraining in het vo.
Opvallend is dat scholen het aanbod vaker zelf organiseren dan in de vorige meting. Samenwerking met externe partijen is afgenomen, zowel op als buiten de schoollocatie. Waar wordt samengewerkt, stellen scholen doorgaans ruimte beschikbaar en wisselen zij informatie over leeropbrengsten uit.
Financiering en toegankelijkheid
In het vo dragen scholen meestal zelf de kosten van aanvullend onderwijs; in het po is financiering vaker gedeeld met of overgenomen door derden. In beide sectoren gaat het doorgaans om een beperkt deel van het schoolbudget. NPO-middelen spelen een belangrijke rol: een aanzienlijk deel van de scholen geeft aan dat zonder deze middelen geen of minder aanbod mogelijk zou zijn.
Tegelijkertijd is beleid gericht op toegankelijkheid nog beperkt ontwikkeld. Slechts een minderheid van de scholen heeft expliciet beleid om de toegankelijkheid van aanvullend onderwijs te borgen. Financiële en organisatorische belemmeringen worden regelmatig genoemd, evenals zorgen over kansenongelijkheid en werkdruk voor leraren.
Stijgend gebruik onder ouders
Het gebruik van aanvullend onderwijs onder ouders is toegenomen. In 2024/2025 maakt 27 procent van de ouders in het po en 36 procent in het vo gebruik van aanvullend onderwijs (betaald of onbetaald). Dit ligt hoger dan scholen zelf inschatten.
In het po gaat het vooral om extra oefenmateriaal en ondersteuning bij specifieke onderwijsbehoeften. In het vo is bijles het meest populair, gevolgd door huiswerkbegeleiding. Uitgaven verschillen naar inkomensgroep: hogere inkomens besteden gemiddeld meer aan aanvullend onderwijs.
Ouders geven als belangrijkste motief dat zij ondersteuning missen vanuit school of thuissituatie. Tegelijkertijd is het merendeel positief over de effectiviteit van aanvullend onderwijs. De meeste ouders ontvangen geen actief advies van de school om aanvullend onderwijs buiten school te volgen.
Gemeenten: beperkte en wisselende rol
Ongeveer een kwart van de gemeenten voert actief beleid op het gebied van aanvullend onderwijs; de meerderheid doet dit niet. Gemeenten die wel beleid voeren, richten zich vooral op het bevorderen van gelijke kansen en brede talentontwikkeling, vaak via een faciliterende rol met financiële ondersteuning.
De monitor laat een divers en in beweging zijnd veld zien, waarin vraag en aanbod groeien, maar waarin tegelijkertijd vragen blijven bestaan over toegankelijkheid, rolverdeling en structurele inbedding. Het volledige rapport biedt een nadere analyse van deze ontwikkelingen en de implicaties voor scholen, ouders en gemeenten.