De Inspectie van het Onderwijs past regelmatig haar toezicht aan, want er zijn continu veranderingen in het onderwijs, in (de verwachtingen) van de samenleving, de wetgeving en in de wetenschappelijke bevindingen over toezicht en onderwijs. Daarom vult de inspectie haar toezichtmix ook in 2026 aan met nieuwe toezichtvormen, zoals het onaangekondigde schoolbezoek en de bestuursbezoeken.
Ook werkt de inspectie aan een nieuw onderzoekskader dat op 1 augustus 2027 van kracht wordt. Bij de toezichtontwikkeling gaat de inspectie van het volgende uit:
Het toezicht is gebaseerd op de onderwijswetten.
De inspectie zet haar middelen in waar ze het meeste effect hebben.
De inspectie streeft naar een balans tussen toezicht op het niveau van school/opleiding, bestuur en stelsel. Zo krijgt ze een integraal beeld van de onderwijskwaliteit.
De inspectie zorgt ervoor iedere school periodiek te bezoeken om een vinger aan de pols te houden.
De inspectie belast scholen/opleidingen en besturen niet zwaarder dan nodig.
Het inspectietoezicht is stimulerend waar het kan en handhavend waar het moet.
Een van de aandachtspunten in het toekomstige onderzoekskader is de rol van de onderwijs- of leerresultaten bij het eindoordeel over een school. Volgens het huidige kader krijgt een school het oordeel ‘onvoldoende’ als de standaard onderwijsresultaten (OR1) onvoldoende is. Dit levert verschillende knelpunten op, bleek uit gesprekken met wetenschappelijke experts, besturen en schoolleiders en uit de ervaringen van inspecteurs.
Deze directe koppeling tussen het oordeel op OR1 en het eindoordeel op schoolniveau komt in het onderzoekskader 2027 voor funderend onderwijs te vervallen. De bewindspersonen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) hebben dit op 18 december 2025 aan de Tweede Kamer laten weten in een Kamerbrief. Welke criteria gaan gelden voor het eindoordeel ‘onvoldoende’ werkt de inspectie de komende maanden uit.
Tot aan de zomer van 2026 vinden er verder vierhonderd onaangekondigde schoolbezoeken plaats in het primair onderwijs. ook voert de inspectie een pilot uit in het (voortgezet) speciaal onderwijs bij tien scholen en in het voortgezet onderwijs bij 25 scholen. Van het bezoek wordt een beknopte schriftelijke terugkoppeling gepubliceerd. De inspectie spreekt na zo’n bezoek geen eindoordeel uit over de school. Wel kan ze bij overduidelijke tekortkomingen een of meer herstelopdrachten geven. Als er duidelijke risico’s blijken, kan de inspectie alsnog een uitgebreider risico-kwaliteitsonderzoek uitvoeren.
Een andere nieuwe toezichtvorm is het bestuursbezoek. Deze nieuwe toezichtvorm voert de inspectie uit vanaf maart 2026 bij onderwijsbesturen. Het meer uitgebreide bestuursonderzoek zal naast het bestuursbezoek blijven bestaan. Zo houdt de inspectie zicht op alle besturen. Bij het bestuursbezoek spreken de inspecteurs met het bestuur en afvaardigingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad, van het interne toezicht, van schoolleiders en van de directie en/of het management. Daarbij haalt de inspectie een beeld op van de bestuurlijke kwaliteitszorg en het cyclisch sturen op financiën van het bestuur.
De inspecteurs sluiten het bezoek af met een mondelinge terugkoppeling, waarbij ze zowel algemene punten als aandachtspunten delen. Ze spreken daarbij geen eindoordeel uit. Van het bezoek publiceert de inspectie een beknopte schriftelijke terugkoppeling. Hebben de inspecteurs risico’s gesignaleerd? Dan besluit de inspectie mogelijk tot vervolgtoezicht.