Onderwijsinspectie: nieuwe vormen van onderzoek en bezoek

18 december 2025

In 2026 viert de Inspectie van het Onderwijs haar 225-jarig bestaan. Sinds 1801 werkt de inspectie aan effectief toezicht voor beter onderwijs. Niet steeds op dezelfde manier, maar wel met dezelfde achterliggende gedachte. Hoe de inspectie dat in 2026 doet, staat beschreven in het jaarwerkplan 2026 van de onderwijsinspectie.

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op drie niveaus: bij scholen en opleidingen, bij besturen en op het hele stelsel. Wat er op verschillende niveaus gebeurt, heeft invloed op elkaar. Als de inspectie knelpunten in het onderwijs ziet, bepaalt zij wat de beste aanpak is.

Knelpunten in het stelsel kunnen ervoor zorgen dat onderwerpen extra aandacht krijgen in het toezicht op besturen, scholen of opleidingen. Andersom kunnen bepaalde zaken die de inspectie op scholen of opleidingen tegenkomt, aanleiding zijn voor een onderzoek op het niveau van het stelsel.

De afgelopen jaren is de focus van het toezicht meer komen te liggen bij scholen en opleidingen. Tegelijkertijd blijven het toezicht op besturen en het toezicht op het onderwijsstelsel belangrijke wettelijke taken. Om meer naar scholen te kunnen gaan en tegelijkertijd een goede balans te houden in het toezicht op de verschillende niveaus, voert de inspectie aanpassingen door in de mix van toezichtactiviteiten.

Hiervoor ontwikkelt zij nieuwe vormen van onderzoeken en bezoeken. Bij deze aanpak houdt zij rekening met de wens uit politiek en samenleving om meer scholen te bezoeken. In 2025 startte de inspectie met de ontwikkeling en de invoering van onaangekondigd toezicht in het primair onderwijs. In 2026 gaat de inspectie verder, in de vorm van het onaangekondigd schoolbezoek. Deze bezoeken zullen vanaf 2026 ook plaatsvinden in het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs.

Voor de onaangekondigde bezoeken selecteert zij scholen waar uit de jaarlijkse risicoanalyse géén risico’s naar voren komen. Bij het bezoek voert zij een lichte toets uit, die zich richt op de begeleiding en leskwaliteit. Inspecteurs bezoeken lessen en voeren gesprekken met leerlingen, docenten en de schoolleiding. Als er risico’s zijn, spreekt de inspectie het bestuur van de school hierop aan. Als er grotere risico’s zijn, zal zij een uitgebreider risico-kwaliteitsonderzoek uitvoeren.

Om ruimte te geven aan de ontwikkeling en invoering van het onaangekondigd toezicht, is het nodig dat de inspectie het toezicht op het niveau van besturen en stelsel ook anders vormgeeft. De capaciteit voor bestuurstoezicht wordt meer risicogericht ingezet. De inspectie streeft ernaar om jaarlijks een kwart van de besturen te bezoeken. In welke vorm dit gebeurt, is wel verschillend. Bij besturen waar zij de grootste risico’s verwacht, doet zij een volledig bestuursonderzoek. Andere besturen krijgen een minder uitgebreid bestuursbezoek. Aan het bezoek wordt wel een conclusie verbonden.