Onderwijsinspectie roept op tot ‘beleidsrijk begroten’

16 juli 2026

Door beleidsrijk te begroten kan een onderwijsbestuur beter sturen op de juiste inzet van middelen en die inzet verantwoorden. Ook wordt duidelijker of de inzet van de middelen heeft geleid tot het behalen van de doelen. Dat verbetert de kwaliteit van het onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs roept daarom alle onderwijsbesturen op om werk te maken van beleidsrijk begroten. Nu heeft ongeveer de helft van de besturen geen beleidsrijke begroting

Beleidsrijk begroten is een manier van doelmatig denken voor de gehele organisatie. Het gaat daarbij om de betrokkenheid van, naast het bestuur, van bijvoorbeeld schoolleiders, docenten, interne toezichthouders en leden van medezeggenschapsraden. De aanpak zorgt voor een duidelijke richting, waardoor de betrokkenheid bij het realiseren van doelen wordt vergroot in alle lagen van de organisatie. Besturen vinden het echter niet altijd makkelijk om alle betrokkenen te betrekken bij hun strategische sturing. Daarom zouden sectorraden de besturen moeten ondersteunen, bijvoorbeeld door het uitwisselen van goede voorbeelden of door scholing.

Volgens de inspectie begint en eindigt doelmatigheid in de klas zelf. Een docent kan zijn tijd immers maar één keer inzetten voor een onderwijskundig doel. Daarom is het gesprek over concrete doelen, keuzes en uitkomsten en hoe iedereen hieraan kan bijdragen zo belangrijk. Ook is eenduidige taal nodig over wat beleidsrijk begroten betekent, van bestuurskamer tot en met klaslokaal.

Een bestuur dat bijvoorbeeld meer maatwerk voor leerlingen en studenten wil, zal de interne dialoog hierover moeten bevorderen. Over hoe dat maatwerk eruitziet, wat het oplevert en welke middelen daarvoor nodig zijn. Het gaat dan over de meerjarige inzet van docenten, onderwijsondersteuners, leermiddelen, lokalen en andere voorzieningen. Dit gesprek moet met alle betrokkenen gevoerd worden.

Besturen geven echter aan dat de onvoorspelbaarheid van inkomsten beleidsrijk begroten lastig maakt. Het landelijk onderwijsbeleid wijzigt regelmatig en daarmee wijzigt ook het bedrag dat een school of instelling jaarlijks krijgt. Daarom ‘hoopt’ de inspectie dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar bekostiging voorspelbaarder gaat maken.