In een brief aan de Tweede Kamer laat demissionair staatssecretaris van onderwijs Becking weten dat hij het ‘van groot belang acht dat kinderen en jongeren elkaar ontmoeten op school’. Becking heeft de brief ‘Strafrechtelijke handhaving van de Leerplichtwet’ gestuurd na vragen vanuit de Kamer over het bericht dat het openbaar ministerie is gestopt met de vervolging van ouders die zich beroepen op vrijstelling van regulier onderwijs wegens richtingsbezwaren, bezwaren vanwege levens- of geloofsovertuigingen.
Het openbaar ministerie (OM) is van mening deze bezwaren niet goed te kunnen beoordelen en vindt de procedures te lang en complex. Bovendien stelt het OM dat de sancties van de rechter ‘veelal niet geleid hebben tot het alsnog naar school gaan van deze kinderen’. Daardoor kunnen ouders met een beroep op de richtingsbezwaren momenteel zonder veel problemen hun kind thuis houden.
Becking schrijft: ‘Het gevolg is dat kinderen niet goed tot leren komen en zich niet ten volle kunnen ontwikkelen. Het is daarom een belangrijk speerpunt van het ministerie om de kinderen weer het onderwijs te laten volgen waarop zij recht hebben.’ Hij wil nu haast maken en voor de zomer van 2026 duidelijkheid bieden met twee mogelijke oplossingen: het inrichten van thuisonderwijs als ‘eigenstandige sector’ (inclusief inspectietoezicht) en het laten vervallen van de vrijstelling wegens richtingsbezwaren.