Het voortgezet onderwijs staat voor grote uitdagingen: personeelstekorten, de curriculumvernieuwing, digitalisering en versterkte regionale samenwerking. Goed strategisch personeelsbeleid is essentieel om deze opgaven het hoofd te bieden. Het monitoronderzoek ‘Strategisch personeelsbeleid vo’ van de Universiteit Utrecht laat zien dat de sector in 2025 een stevige basis heeft gelegd.
Dit meldt de VO-raad, opdrachtgever van het onderzoek. Voor vier van de vijf onderzochte indicatoren geven besturen en schoolleiders een ruim voldoende tot goed, zoals de afstemming van beleid op onderwijskundige doelen en externe ontwikkelingen. Dit is een stabilisering ten opzichte van 2023 en laat zien dat bestuurders en scholen erin slagen het niveau vast te houden.
Tegelijkertijd blijft de doorwerking van beleid in de praktijk een aandachtspunt. Leraren ervaren het strategisch personeelsbeleid minder positief dan schoolleiders en bestuurders, al zijn er lichte verbeteringen zichtbaar. In ongeveer de helft van de scholen werkt het beleid redelijk goed door naar de dagelijkse praktijk, maar bij een derde tot de helft van de scholen blijft de ondersteuning door beleid voor leraren beperkt. Dit is relevant omdat leraren centraal staan in het realiseren van onderwijsdoelen en hun welzijn cruciaal is voor onderwijskwaliteit.
Het onderzoek laat zien dat de stabilisering mede te danken is aan kennis, beleidsruimte en financiële middelen bij besturen en schoolleiders. Tegelijkertijd blijven beleidsmaatregelen gericht op de duurzame inzetbaarheid van personeel slechts net voldoende. De focus op het aanpakken van personeelstekorten en het wegvallen van extra middelen hebben deze ontwikkeling beperkt.
Daarnaast blijkt dat de gebrekkige doorwerking vooral samenhangt met het ontbreken van informatie over de ondersteuningsbehoeften van leraren en OOP, beperkte tijd voor professionele dialoog en de rol van HR-professionals. Slechts zelden vinden gesprekken plaats waarin schoolleiders en HR met medewerkers bespreken hoe beleid daadwerkelijk de dagelijkse praktijk ondersteunt, aldus de onderzoekers.
Hun rapport is een vervolg op de eerdere onderzoeken uit 2018, 2020 en 2023. In het onderzoek zijn vragenlijsten afgenomen bij 85 besturen, 164 eindverantwoordelijke schoolleiders, 175 team-/afdelingsleiders en 614 leraren.