Op Prinsjesdag 2026 presenteerde het kabinet de Miljoenennota 2027 en de onderwijsbegroting. De eerste reacties vanuit de sectoren laten zien welke kansen zij zien in de aangekondigde investeringen, maar ook welke aandachtspunten en zorgen er leven. De plannen raken onder meer aan financiering, professionalisering, personeel, digitalisering, AI en Leven Lang Ontwikkelen.
Voor intern toezichthouders zijn deze ontwikkelingen relevant omdat zij gevolgen kunnen hebben voor de koers, continuïteit en maatschappelijke opdracht van organisaties. De sectorreacties bieden aanknopingspunten voor het gesprek tussen bestuur en toezicht over strategie, financiën, kwaliteit, personeel en innovatie.
Kinderopvang: voorbereiding op een nieuw financieringsstelsel
Ook voor de kinderopvang bevat Prinsjesdag relevante ontwikkelingen. Het kabinet investeert extra in de kinderopvangtoeslag en zet verdere stappen richting een nieuw financieringsstelsel dat vanaf 2029 de huidige toeslag moet vervangen. Daardoor kan de vraag naar kinderopvang de komende jaren verder toenemen.
De BMK verwelkomt dat het kabinet op koers ligt voor invoering van het nieuwe financieringsstelsel per 1 januari 2029 en steunt de beweging naar rechtstreekse financiering. Tegelijkertijd is de branchevereniging kritisch op de verlaging van de voorgenomen overheidsvergoeding van 96 naar 95,6 procent van de maximumuurprijs. Volgens de BMK raakt dit de betaalbaarheid en de zekerheid voor ouders.
Ook de Brancheorganisatie Kinderopvang (BK) onderschrijft de doelstelling om kinderopvang eenvoudiger, voorspelbaarder en betaalbaarder te maken voor werkende gezinnen. Tegelijkertijd waarschuwt zij dat de huidige plannen onbedoelde effecten kunnen hebben voor de toegankelijkheid van kinderopvang. Volgens BK dreigt juist voor gezinnen met de laagste inkomens kinderopvang duurder te worden, terwijl het nieuwe stelsel bedoeld is om de toegankelijkheid te vergroten.
BK en BMK hebben daarnaast naar aanleiding van Prinsjesdag hun gezamenlijke kostenprognose voor 2027 geactualiseerd, bedoeld als richtlijn voor de bedrijfsvoering en het tariefbeeld van kinderopvangorganisaties. Voor raden van toezicht in de kinderopvang roept dit vragen op over de toekomstige groei van de organisatie, de beschikbaarheid van personeel, investeringen in huisvesting en de financiële gevolgen van veranderingen in de bekostiging. Ook is het van belang zicht te houden op de risico's en kansen die de overgang naar het nieuwe stelsel met zich meebrengt. Daarbij verdient niet alleen de financiële positie van de organisatie aandacht, maar ook de vraag hoe veranderingen in de financiering doorwerken in de toegankelijkheid van kinderopvang voor verschillende groepen ouders.
Funderend onderwijs: ambities vragen om structurele investeringen
De PO-Raad en VO-raad reageren positief op het terugdraaien van eerdere bezuinigingen in het onderwijs. Tegelijkertijd wijzen beide sectororganisaties erop dat verschillende ambities nog onvoldoende worden ondersteund door structurele investeringen.
Zo worden middelen voor onder meer de professionalisering van onderwijspersoneel doorgeschoven naar 2028. De PO-Raad vraagt daarnaast aandacht voor investeringen in de vernieuwing en renovatie van schoolgebouwen. Ook digitalisering en AI staan nadrukkelijk op de agenda. De investering in een publieke AI-voorziening via Kennisnet moet bijdragen aan een veilige en beheersbare inzet van AI en meer publieke regie binnen het funderend onderwijs.
Voor raden van toezicht raken deze ontwikkelingen aan verschillende onderdelen van het toezicht: onderwijskwaliteit, personeel en professionalisering, huisvesting, digitalisering en financiële continuïteit. Welke investeringen zijn nodig om de strategische ambities van de organisatie te realiseren? Wat betekent uitstel van landelijke middelen voor de eigen meerjarenbegroting? En welke keuzes zijn nodig om ook op langere termijn te blijven investeren in kwaliteit, medewerkers, huisvesting en digitalisering?
De reacties van de PO-Raad en VO-raad bieden daarmee relevante aanknopingspunten voor het gesprek tussen bestuur en intern toezicht over prioriteiten, risico’s en de financiële ruimte voor noodzakelijke investeringen.
Arbeidsmarkt en Leven Lang Ontwikkelen
De Vereniging Hogescholen verwelkomt de investeringen in talentontwikkeling, praktijkgericht onderzoek en om- en bijscholing. Tegelijkertijd pleit de vereniging voor een structurele aanpak van Leven Lang Ontwikkelen en een sterkere positie voor hogescholen bij het om- en bijscholen van werkenden.
Deze ontwikkelingen raken een breder maatschappelijk vraagstuk: de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde professionals. Zowel kinderopvang als onderwijs hebben te maken met arbeidsmarktkrapte en uitdagingen op het gebied van werving, behoud en ontwikkeling van medewerkers. Voor toezichthouders is het daarom relevant om niet alleen te kijken naar de korte termijn, maar ook naar de duurzame inzetbaarheid van personeel.
De MBO Raad ziet perspectief in het terugdraaien van eerdere onderwijsbezuinigingen, maar benadrukt dat het MBO een onmisbare rol speelt bij grote maatschappelijke opgaven, zoals arbeidsmarktkrapte, Leven Lang Ontwikkelen en het opleiden van vakmensen voor sectoren waar veel personeel nodig is. Voor intern toezichthouders in het MBO én in andere sectoren onderstreept dit het belang van strategische keuzes die verder reiken dan de eigen organisatie: welke bijdrage levert de instelling aan de regio, de arbeidsmarkt en kansengelijkheid?
Financiële ruimte blijft een aandachtspunt
In de reacties vanuit de onderwijssector klinkt ook het belang door van stabiele en voorspelbare financiering. Organisaties staan voor grote opgaven op het gebied van kwaliteit, personeel en innovatie, terwijl zij tegelijkertijd financieel gezond moeten blijven.
Voor intern toezichthouders raakt dit direct aan hun verantwoordelijkheid voor de continuïteit van de organisatie. Welke investeringen zijn noodzakelijk? Welke risico's brengen nieuwe ontwikkelingen met zich mee? En hoe robuust zijn de meerjarenbegroting en scenario's? Tegelijkertijd staan deze vragen niet op zichzelf. De afweging tussen financiële continuïteit, investeringen en risico's moet steeds worden gemaakt in het licht van de maatschappelijke opdracht van de organisatie en de samenwerking in de regio. Goed bereikbaar en toegankelijk onderwijs of opvang voor kinderen, jongeren en volwassenen vraagt soms om keuzes die het organisatiebelang overstijgen. Voor intern toezicht ligt hier een belangrijke rol: bewaken dat het bestuur niet alleen stuurt op de eigen continuïteit, maar ook op maatschappelijke waarde, regionale verantwoordelijkheid en samenwerking met partners.
Vragen voor het gesprek tussen bestuur en toezicht
De sectorreacties en begrotingsplannen bieden verschillende aanknopingspunten voor het gesprek met het bestuur:
Welke gevolgen hebben de begrotingsplannen voor onze financiële ruimte en meerjarenbegroting en hoe wegen we die af tegen onze maatschappelijke opdracht en regionale verantwoordelijkheid?
Welke rol speelt regionale samenwerking bij het realiseren van toegankelijk, bereikbaar en toekomstbestendig onderwijs of opvang?
Zijn investeringen in kwaliteit, professionalisering en ontwikkeling van medewerkers voldoende verankerd in onze strategie?
Hoe gaan wij om met aanhoudende personeelstekorten en de impact daarvan op kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit?
Welke keuzes maken wij rond digitalisering en AI, en welke kansen en risico’s brengen die met zich mee?
Hoe bereiden wij ons voor op toekomstige ontwikkelingen in de arbeidsmarkt en Leven Lang Ontwikkelen?
Wat betekenen de aangekondigde veranderingen in de kinderopvangfinanciering voor onze organisatie?
Welke maatschappelijke en politieke ontwikkelingen vragen de komende jaren extra aandacht van bestuur en toezicht?
De komende maanden worden de begrotingsplannen verder uitgewerkt. VTO3 volgt de ontwikkelingen en reacties vanuit kinderopvang en onderwijs en blijft relevante inzichten, duiding en aandachtspunten delen die van belang zijn voor goed intern toezicht.
Lees de reacties van de sectororganisaties: