Raad van State adviseert heroverweging wetsvoorstel Strategisch personeelsbeleid

15 januari 2026

De Raad van State adviseert het kabinet om het wetsvoorstel ‘Strategisch personeelsbeleid’ niet in z’n huidige vorm in te dienen bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel beoogt de continuïteit en kwaliteit van het funderend onderwijs te waarborgen, goed werkgeverschap te stimuleren en het lerarentekort aan te pakken. Maar de gekozen aanpak is niet noodzakelijk, ongeschikt en niet effectief om de beoogde doelen te bereiken.

Volgens het wetsvoorstel worden schoolbesturen verplicht om strategisch personeelsbeleid te voeren, gericht op bevordering van vakbekwaamheid, duurzame inzetbaarheid en het behoud van onderwijspersoneel. Daarnaast wil de regering met enkele arbeidsmarktmaatregelen duurzame arbeidsrelaties van leraren stimuleren om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken en de continuïteit van het onderwijs te waarborgen.

De Raad van State onderkent dat het lerarentekort schoolbesturen in het funderend onderwijs voor grote uitdagingen stelt. Het is begrijpelijk dat de regering behulpzaam wil zijn om deze tekorten te verminderen, maar de invoering van een verplichting om strategisch personeelsbeleid te voeren moet worden afgewogen tegen de vrijheid en verantwoordelijkheid die schoolbesturen hebben om in hun eigen inrichting te voorzien.

Praktische belemmeringen die schoolbesturen daarbij tegenkomen, worden door het wetsvoorstel niet weggenomen. Ook vergroot de verplichting de administratieve last op schoolbesturen en is onvoldoende aandacht besteed aan andere manieren waarop de regering schoolbesturen kan ondersteunen om van strategisch personeelsbeleid werk te maken. De raad adviseert daarom de wettelijke verplichting voor strategisch personeelsbeleid te heroverwegen.

Ook de voorgestelde arbeidsmarktmaatregelen beogen op zichzelf om reële problemen op dit gebied op te lossen. Volgens de regering kunnen de maatregelen bijdragen aan duurzame arbeidsrelaties van leraren en de aantrekkelijkheid van het beroep. Het ontbreekt echter aan een dragende motivering voor de noodzaak, geschiktheid en effectiviteit van deze maatregelen.

‘Schoolbesturen worden met de maatregelen beperkt in hun mogelijkheden om in de huidige arbeidsmarkt flexibel in te spelen op ontwikkelingen en om gaten in het personeelsbestand zo goed mogelijk te dichten. Tijdelijke financiering en incidentele behoefte aan expertise nopen schoolbesturen om sterker te leunen op tijdelijke arbeidsovereenkomsten en externe inhuur.’ De raad adviseert daarom de noodzaak, geschiktheid en effectiviteit van de arbeidsmarktmaatregelen ‘dragend te motiveren en anders te heroverwegen’.