Onderwijsbestuurders en school- en instellingsleiders zijn overwegend positief over de inspectiebezoeken die zij tussen 2021 en 2025 hebben meegemaakt. Het gemiddelde rapportcijfer dat ze de onderwijsinspectie voor een onderzoek geven ligt tussen de 7,2 en een 8. Per type onderzoek en onderwijssector verschilt dat gemiddelde.
Na ieder onderzoek bij een bestuur of school/instelling in het primair en voortgezet onderwijs, het mbo en samenwerkingsverband passend onderwijs legt de onderwijsinspectie een vragenlijst voor. Daarbij worden stellingen over het onderzoek voorgelegd over communicatie en planning, uitvoering, het terugkoppelingsgesprek, het rapport, de opbrengst en de toezichtlast. Ook vraagt de inspectie naar een algemene waardering in de vorm van een rapportcijfer en kunnen respondenten opmerkingen achterlaten.
Over het algemeen worden de inspectieonderzoeken als positief ervaren, maar in de toelichtingen wordt ook kritiek geuit. Over het algemeen is men tevreden over de communicatie rondom het onderzoek en de planning. Wel vindt 30 procent van de respondenten de voorbereidingstijd voor het onderzoek te kort.
Het overgrote deel van de respondenten vindt dat de inspecteurs een open houding hebben (80-100 procent) en op een transparante manier te werk gaan (85-100 procent). In de open toelichtingen komen wel enkele negatieve reacties naar voren over de bejegening. De inspectie neemt deze serieus, omdat iedere situatie waarin een bestuurder of schoolleider zich niet correct behandeld voelt er een te veel is.
Het overgrote deel (95-97 procent) vindt dat het bestuursonderzoek aanknopingspunten biedt voor verdere verbetering. Een derde tot twee derde van de besturen vindt dat het bestuursonderzoek hen meer inzicht geeft in de relatie tussen de onderwijskwaliteit en de inzet van financiële middelen. In 2021 werd het toezicht op het financieel beheer en de kwaliteitszorg verder geïntegreerd in de onderzoeken bij besturen.
Vanaf 2023 voert de inspectie steekproefonderzoeken uit op scholen. Het gemiddelde cijfer voor deze onderzoeken varieert van 7,5 tot 7,7. Een ruime meerderheid vindt dat de inspecteurs de bevindingen en conclusies goed onderbouwen bij de terugkoppeling. Wel wordt deze terugkoppeling door 11 tot 16 procent niet als stimulerend ervaren.
Sinds 2023 kijkt de inspectie in het primair en voortgezet onderwijs ook naar de standaard basisvaardigheden. Een deel van de scholen en instellingen vindt het niet altijd duidelijk wat van hen verwacht wordt (7-20 procent). Wel herkennen de meeste scholen zich in de terugkoppeling en de herstelopdrachten die zijn gegeven op de standaard basisvaardigheden (71-86 procent).
De uitkomsten van de tevredenheidsonderzoeken moeten met enige voorzichtigheid bekeken worden. Ze geven geen volledig beeld, omdat niet alle bevraagden de vragenlijst hebben ingevuld. Daarnaast beïnvloedt de toezichtrelatie van de inspectie met besturen en scholen mogelijk de respons, waardoor de tevredenheid groter kan lijken dan die in werkelijkheid is.