De afgelopen maanden heeft het ministerie van OCW gesprekken gevoerd met schoolbesturen, gemeenten, de PO-Raad en andere sectororganisaties over kleine scholen. Belangrijkste onderwerpen waren het verschil tussen stedelijk en dunbevolkter gebied, de systematiek rond instandhouding en opheffing, het behoud van leraren bij veranderingen en het toekomstbestendiger maken van het scholenaanbod in Nederland.
Demissionair staatssecretaris Paul van onderwijs heeft de Tweede Kamer op 3 juli 2025 daarover een brief gestuurd. Daarin schrijft ze dat het grote aantal (te) kleine scholen extra druk zet op uitdagingen als de personeelstekorten, financiële middelen en de onderwijshuisvesting. Wat haar stoort is dat ‘daar waar in sommige regio’s kleine scholen van groot belang zijn voor de bereikbaarheid van onderwijs, er door de huidige regels ook veel kleine scholen in stedelijk gebied in stand worden gehouden’.
In haar brief benoemt de staatssecretaris vijf ‘knoppen’ waaraan gedraaid kan worden om het scholenaanbod toekomstbestendiger te maken. Deze moeten in samenhang bekeken worden omdat wijzigingen in het ene deel van het stelsel van invloed zijn op de andere delen. De knoppen:
De instandhouding en opheffing van basisscholen: heroverweging uitzonderingsgrond ‘gemiddelde schoolgrootte’, wanneer een schoolorganisatie minder leerlingen heeft dan de gemeentelijke opheffingsnorm. Voeg een nieuwe uitzonderingsgrond ‘afstandscriterium’ toe om bereikbaarheid van het onderwijs te waarborgen.
De omvorming van de kleinescholentoeslag naar een dunbevolktheidstoeslag, uitsluitend in gemeenten met een opheffingsnorm van 150 of lager.
Samenwerking: verruimen van de mogelijkheden om een samenwerkingsschool te vormen en stimulering van samenwerking in brede zin door wet- en regelgeving.
Het effect van stichten van nieuwe scholen: samenwerking moet de norm worden en het stichten van nieuwe scholen alleen een uiterst middel.
Dislocaties: in kaart te brengen wat precies de rol is van dislocaties in het huidige onderwijsveld. Hiervoor zijn geen wettelijke eisen en niet alle dislocaties zijn erkende onderwijslocaties.
De PO-Raad onderschrijft de door de staatssecretaris benoemde ‘knoppen’. Wel benadrukt de raad opnieuw dat het stichten van nieuwe scholen niet los bezien kan worden van hoe je omgaat met normen voor stichting en instandhouding. Tegelijkertijd mist de PO-Raad invulling van het thema onderwijshuisvesting. ‘Elke knop heeft impact op onderwijshuisvesting.’
‘Bovendien is er een structureel tekort van 1,3 miljard per jaar om serieus aan de slag te kunnen gaan met de schoolgebouwenvoorraad. Terwijl op langere termijn lagere kosten worden voorzien, kunnen gemeenten op korte termijn vaak niet voldoen aan de behoefte aan goede huisvesting.’
De PO-Raad roept op om onderwijshuisvesting nadrukkelijk mee te nemen in het vervolgtraject. ‘Alleen met voldoende middelen en met duidelijke afspraken kunnen de doelstellingen behaald worden. Dit betekent dat alle schoolgebouwen in 2050 (onderwijs)adaptief, gezond, inclusief, duurzaam en betaalbaar in de exploitatiefase moeten zijn.’