Tweede Kamer bezorgd over regeldruk in wet vrij en veilig onderwijs

18 juni 2026

De Wet Vrij en Veilig Onderwijs is op 2 juni 2026 besproken in de Tweede Kamer. De wet gaat over belangrijke thema’s als pesten, discriminatie en online veiligheid. Vrijwel alle fracties hebben stevige kritiek geuit op de groeiende regeldruk en het gebrek aan aandacht voor preventie. Ook vragen ze zich af of de wet daadwerkelijk bijdraagt aan veiliger scholen.

Sinds 2015 is in de veiligheidswet opgenomen dat scholen beleid moeten hebben op het gebied van veiligheid, ondertussen neemt het aantal incidenten op scholen toch toe. Het kabinet wil het veiligheidsbeleid op scholen daarom verbeteren. Zo komt er een meldplicht voor veiligheidsincidenten, wordt een vertrouwenspersoon verplicht en moet een school het veiligheidsbeleid elk jaar evalueren.

Tijdens het Kamerdebat vraagt Raijer (PVV) hoeveel veiligheidsproblemen er zijn ontstaan doordat incidenten niet werden geregistreerd. Waarom kiest het kabinet voor meer registreren en melden, in plaats van voor maatregelen die de veiligheid op het schoolplein daadwerkelijk verbeteren? Moorman (Pro) wijst op de nadruk die het wetsvoorstel legt op procedures in plaats van op preventie. Ze vraagt waarom de staatssecretaris de wet niet fundamenteel heeft aangepast naar aanleiding van het Raad van State-advies.

De wet zou voor extra regeldruk kunnen zorgen, terwijl scholen vaak al doen wat de wet verplicht maakt, stelt Kisteman (VVD). Kan de staatssecretaris er alles aan doen om extra regeldruk te voorkomen, vraagt hij. ‘Onderwijsterroristen’, leerlingen die de veiligheid van anderen ondermijnen, moeten volgens Claassen (Groep Markuszower) genadeloos worden aangepakt. Hij pleit ervoor om de mogelijkheden te gebruiken die de huidige wetgeving al biedt voor schorsing en verwijdering van deze leerlingen.

De onveiligheid op scholen wijst op een gebrek aan gemeenschapszin, zegt Van Houwelingen (FVD). Welke maatschappelijke ontwikkelingen hebben er volgens het kabinet voor gezorgd dat de veiligheidssituatie op onze scholen de afgelopen decennia zo is verslechterd? Volgens Boomsma (JA21) moet de focus liggen op het probleem dat jongeren steeds vaker een mes meenemen naar school en dat criminelen jongeren gebruiken om drugs te dealen en geld wit te wassen.

Rooderkerk (D66) mist onlineveiligheid in dit wetsvoorstel, terwijl er steeds meer misbruik en pesterijen zijn via de digitale weg. Ze vraagt hoe scholen ondersteund worden bij het aanpakken hiervan. Ceder (ChristenUnie) maakt zich zorgen over de veiligheid van joodse leerlingen. Dit wetsvoorstel regelt dat veiligheidsincidenten verplicht geregistreerd moeten worden. Hij pleit ervoor om stelselmatig antisemitisme daaronder te laten vallen.

Armut (CDA) ziet steeds meer agressie van ouders richting leraren. Ze wil voorkomen dat leraren zelf verantwoordelijk zijn voor de-escalatie en vraagt hoe schoolleiders en docenten worden ondersteund in dit soort situaties. Waarom discriminatie volgens de wet alleen geregistreerd moet worden als die stelselmatig is, vraagt Ergin (DENK) zich af. Wat houdt ‘stelselmatig’ in en waarom wordt er niet gekeken op basis waarvan er wordt gediscrimineerd?