Op 24 juni 2026 had de Tweede Kamer aandacht voor de mentale gezondheid van scholieren en studenten. De Kamer ging in gesprek met minister Letschert (OCW), staatssecretaris Tielen (OCW) en minister Sterk (VWS). Tijdens dit debat kondigde het kabinet aan om in de herfst van 2026 met een integrale beleidsreactie te komen.
Deze kabinetsreactie zal zowel ingaan op het IBO-rapport Mentale gezondheid als het advies van de Onderwijsraad over het mentaal welzijn van jongeren. Ook wil het kabinet dieper ingaan op de gevolgen voor het onderwijs, waaronder de inrichting van zorgstructuren en de gesprekken daarover binnen het funderend en hoger onderwijs.
Staatssecretaris Tielen benadrukte dat scholen inderdaad een belangrijke bijdrage leveren aan de mentale gezondheid van jongeren, maar dat zij wel onderdeel zijn van een bredere aanpak waarin ook ouders, de sociale omgeving en het zorg- en sociaal domein een rol spelen. Volgens de staatssecretaris ‘blijft de kernopdracht van het onderwijs leidend, waarbij leerlingen leren omgaan met tegenslagen én voldoende succeservaringen opdoen’.
In aanloop naar het debat heeft Verus de Kamercommissie van OCW opgeroepen om het kabinet scherper aan te spreken op de vertaalslag van ambitie naar concrete actie. In een brief signaleert Verus een duidelijke kloof tussen de brede analyse van de Onderwijsraad en de beperkte beleidsreactie van het kabinet. Mentale gezondheid van leerlingen verdient concrete aandacht, waarbij Verus drie kernpunten ziet:
Het pedagogisch perspectief verdient meer ruimte. De leraar speelt een sleutelrol in het welzijn van leerlingen, juist in de pedagogische relatie. Die ruimte staat onder druk door de nadruk op meetbare prestaties. Verus pleit voor een evenwichtige benadering waarin kwalificatie, socialisatie én persoonsvorming in samenhang worden versterkt.
De school als beschermende ruimte tegen prestatiefascinatie. Het huidige systeem legt sterk de nadruk op prestaties, wat kan leiden tot wat Verus prestatiefascinatie noemt. Dat vergroot de druk op leerlingen. Scholen moeten juist een beschermde ruimte kunnen bieden waarin leerlingen zich ontwikkelen zonder dat hun waarde wordt gereduceerd tot cijfers of resultaten. Dit vraagt ook om heroverweging van de verantwoordingssystematiek.
Ruimte voor het verbindende verhaal van de school. Een school die geworteld is in een duidelijke pedagogische en levensbeschouwelijke visie biedt leerlingen richting, gemeenschap en weerbaarheid. Verus vraagt aandacht voor meer ruimte voor scholen om dit verbindende verhaal vorm te geven en daar ook op eigen wijze verantwoording over af te leggen.