De Tweede Kamer heeft op 30 juni 2026 het wetsvoorstel 'Vrij en veilig onderwijs' verworpen. Daarmee gaat een voorstel van het kabinet om de sociale veiligheid op scholen verder te versterken niet door. Het wetsvoorstel stuitte de afgelopen periode op veel kritiek vanuit zowel de onderwijssector als de politiek.
Kritiek op regeldruk en uitvoerbaarheid
Het wetsvoorstel bevatte verschillende maatregelen die de sociale veiligheid op scholen moesten verbeteren. Zo zouden scholen verplicht worden om alle veiligheidsincidenten te registreren en een externe vertrouwenspersoon aan te stellen.
Onder meer de PO-Raad, de VO-raad en diverse politieke partijen uitten zorgen over de gevolgen van deze maatregelen. Volgens hen zou het voorstel leiden tot extra administratieve lasten, terwijl het de vraag was of meer registratie en controle daadwerkelijk bijdragen aan een veilige schoolcultuur. Vanuit de sector werd juist gepleit voor een aanpak waarin preventie, een open aanspreekcultuur en ondersteuning van scholen bij ernstige incidenten centraal staan.
Verzoek om uitstel kreeg geen meerderheid
Kort voor de stemming vroeg staatssecretaris Judith Tielen de Tweede Kamer om de besluitvorming uit te stellen. Aanleiding daarvoor waren verschillende amendementen die de Kamer eerder had aangenomen en die het wetsvoorstel ingrijpend hadden gewijzigd. Volgens de staatssecretaris moest eerst worden beoordeeld of het gewijzigde wetsvoorstel nog aansloot bij de oorspronkelijke doelstellingen van het kabinet en of de voorgestelde maatregelen nog voldoende samenhang vertoonden. Een meerderheid van de Kamer wees het verzoek om uitstel echter af. Oppositiepartijen vonden dat het wetsvoorstel al uitvoerig was besproken en wezen erop dat eerdere verzoeken om uitstel eveneens geen steun hadden gekregen.
Wetsvoorstel definitief verworpen
Uiteindelijk stemden alleen coalitiepartijen D66, VVD, CDA en oppositiepartij 50PLUS voor. Daarmee werd het voorstel verworpen. Het komt niet vaak voor dat een wetsvoorstel deze fase niet haalt; doorgaans worden voorstellen vooraf aangepast of door het kabinet ingetrokken wanneer onvoldoende steun bestaat.
De staatssecretaris noemde het teleurstellend dat de wet geen meerderheid kreeg en stelde dat de maatregelen hadden kunnen bijdragen aan het verder versterken van de veiligheid op scholen. Of het kabinet met een nieuw wetsvoorstel komt, is nog niet bekend. Volgens de staatssecretaris kost de voorbereiding van vergelijkbare wetgeving doorgaans meerdere jaren.
Wat betekent dit voor scholen en intern toezicht?
Met het wegstemmen van het wetsvoorstel verandert er op dit moment niets aan de bestaande wettelijke verplichtingen rondom sociale veiligheid. Voor Raden van Toezicht blijft sociale veiligheid wel een belangrijk onderwerp. Het is aan de RvT om erop toe te zien dat het bestuur werkt aan een veilige leer- en werkomgeving en dat de organisatie beschikt over een passend veiligheidsbeleid dat aansluit bij de geldende wet- en regelgeving.