Van negatief eindoordeel inspectie naar kwaliteitsverbetering
Hoe ervaren schoolteams een negatief eindoordeel van de Inspectie van het Onderwijs? En wat is het effect op het werken aan kwaliteitsverbetering? In opdracht van de inspectie heeft de Universiteit Utrecht hier onderzoek naar gedaan. Er zijn diepte-interviews gehouden met 64 respondenten in het primair, voortgezet, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs.
De onderzoekers delen de manier waarop scholen reageren op een negatief eindoordeel in vier scenario’s in. Twee daarvan zijn helpend bij kwaliteitsverbetering: zoals het ‘doorbraak-scenario’, waar het oordeel grote impact heeft, maar de school het als kans ziet om verandering te realiseren. Daarnaast helpt ‘het duwtje’, waarbij het oordeel helpt om ‘de puntjes op de i te zetten’. Teams zien het oordeel dan als fair en constructief. Dit leidt tot acceptatie en voortzetting van verbeteringen.
In twee scenario’s staat het negatief eindoordeel echter kwaliteitsverbetering in de weg. Dit is in het ‘donderslag-scenario’: het oordeel komt onverwacht en wordt niet als helpend ervaren. Dit leidt tot gevoelens van boosheid, verdriet en machteloosheid. Teams missen controle en leggen de oorzaak vaak buiten het team. Vierde scenario is ‘de domper’: het oordeel komt terwijl een verbeterproces al loopt. Dit wordt ervaren als demotiverend en oneerlijk. Hierdoor neemt motivatie af.
Een school kan verschillende scenario’s doorlopen. Een gevoel van relevantie voor het onderwijs, de ervaring van controle en eigenaarschap over de situatie zijn van belang om van een niet-helpend naar een helpend scenario over te gaan. De schoolleider en de inspectie hebben beiden een sleutelrol in het tot stand komen van de scenario’s.
Uit het onderzoek blijkt dat het eindoordeel ‘zeer zwak’ door een aantal schoolleiders als onnodig stigmatiserend wordt ervaren en zo belemmerend kan werken. Tegelijkertijd geven respondenten aan dat negatieve reacties uit de omgeving en reputatieschade in de vorm van een dalende leerlinginstroom in de praktijk meevallen.