Wettelijk en normatief kader van toezicht
Het interne toezicht in kinderopvang en onderwijs is verankerd in wet- en regelgeving, aangevuld met sectorale afspraken over goed bestuur en toezicht. Samen vormen deze wetten, codes en reglementen het fundament onder het toezicht zoals dat in Nederland is ingericht.
Voor het onderwijs zijn met name de wettelijke kaders voor het primair en voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek richtinggevend. Deze wetten bepalen onder meer de inrichting van bestuur en toezicht en de verantwoordelijkheden van toezichthouders.
Voor de kinderopvang is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelselverantwoordelijk. Het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving wordt uitgevoerd door de GGD/GHOR. Het interne toezicht binnen kinderopvangorganisaties wordt vormgegeven volgens de Governance Code Kinderopvang. Deze code is opgesteld door VTO3 en de BdKO en biedt richting aan professioneel, transparant en integer toezicht.
Sectorale governancecodes
Naast het wettelijke kader werken toezichthouders binnen sectorale governancecodes. Dit zijn afspraken die de sector zelf heeft gemaakt om de kwaliteit van bestuur en toezicht te versterken. Governancecodes zijn gebaseerd op het principe van zelfregulering en dragen bij aan professionalisering, transparantie en aanspreekbaarheid.
Het doel van deze codes is om goed bestuur en goed toezicht te bevorderen, risico’s tijdig te signaleren en misstappen of bestuurlijke crises te voorkomen. Voor toezichthouders vormen zij een belangrijk normatief kader bij de invulling van hun rol en verantwoordelijkheden.
VTO3 ondersteunt toezichthouders bij het toepassen en doorontwikkelen van deze kaders en draagt actief bij aan de verdere professionalisering van het intern toezicht in kinderopvang en onderwijs.