Voor de aanstelling van bestuurders worden in de governancecodes doorgaans maximale termijnen benoemd. Voor bestuurders in het funderend onderwijs zijn hierover aanvullende en specifieke afspraken vastgelegd in de cao. Deze kaders geven richting aan de duur van benoemingen en herbenoemingen en dragen bij aan transparantie en zorgvuldigheid.
Alle afspraken die bij de aanstelling van de bestuurder worden gemaakt, worden vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Deze kan worden aangegaan voor bepaalde of onbepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst worden onder meer de volgende onderwerpen geregeld:
contractvorm en benoemingstermijn;
afspraken over herbenoeming;
opzegtermijnen;
eventuele vertrekregeling;
pensioenvoorzieningen;
vakantie en, indien van toepassing, een eindejaarsuitkering;
aansprakelijkheid;
omgang met (de schijn van) belangenverstrengeling;
het van toepassing zijnde beloningsmaximum.
Daarnaast worden steeds vaker vooraf afspraken gemaakt over situaties waarin de bestuurder op eigen initiatief vertrekt, sprake is van verwijtbaar handelen, de hoogte van een eventuele vergoeding en de verhouding tot een mogelijke rechterlijke uitspraak. Het vastleggen van deze afspraken draagt bij aan duidelijkheid en voorkomt discussie achteraf.
Het verdient nadrukkelijk aandacht om zowel de aanstellingsbrief als de arbeidsovereenkomst te (laten) toetsen aan de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR), die sinds 1 juli 2021 van kracht is. Deze wet bevat specifieke bepalingen over onder meer aansprakelijkheid en taakvervulling van bestuurders en toezichthouders en is daarmee direct relevant voor het werkgeverschap van de Raad van Toezicht.