Het functioneren van de Raad van Toezicht vraagt voortdurende aandacht van de Raad als collectief en in het bijzonder van de voorzitter, in diens rol als procesbewaker. Het accent ligt daarbij steeds nadrukkelijker op toezicht op cultuur, gedrag en reputatie van de organisatie, evenals op het eigen functioneren van de Raad van Toezicht. Dit vraagt om bewustzijn, reflectie en het vermogen om deze onderwerpen expliciet te agenderen. Gedegen kennis en een actieve oriëntatie op deze thema’s zijn daarmee onmisbaar voor iedere Raad van Toezicht.